De blokfluit

Korte geschiedenis:
De blokfluit was een populair instrument in de middeleeuwen tot en met de barok, maar verdween tijdens de 18e eeuw langzaam naar de achtergrond toen de orkest instrumenten in opkomst waren, bijvoorbeeld de dwarsfluit, hobo en de klarinet. In deze tijd werd de blokfluit door componisten gebruikt om een bepaalde sfeer te creëren, bijvoorbeeld van een bruiloft, begrafenis of een wonderlijke gebeurtenis of een vogel na te bootsen.

In de twintigste eeuw werd de blokfluit herontdekt, ook omdat het uitvoeren van oude muziek, muziek uit de barok en eerder, in opkomst was. Men ontdekte ook dat de sopraanblokfluit met wat aanpassingen een handzaam instrument voor kinderen was om op te beginnen. Er zijn daarnaast ook groot aantal professionele blokfluitisten die het hele spectrum van het instrument laten horen.

Zo werkt het:
Het uiterste puntje van het mondstuk waar het luchtkanaal (B) begint, wordt tussen de lippen gehouden. De luchtstroom die de speler in het intrument blaast, wordt door het luchtkanaal (B) geperst. Het luchtkanaal is een nauwe uitsparing tussen het blok (A) en het bovenste gedeelte van het kopstuk. Deze nauwe doorgang zorgt er voor de de lucht van de speler naar het labium (C) gestuurd wordt. Deze scherpe rand verandert de luchtstroom  in een golfbeweging die door de lengte van de binnenste boring een toon krijgt. Door gaten dicht of open te maken wordt de binnenste boring langer of korter gemaakt. De geproduceerde toon wordt dan lager of hoger. Dus hoe groter de blokfluit hoe lager de toon.

De familie:

6 formaten (soorten) blokfluitenDe blokfluit worden in verschillende formaten gemaakt. De meest gangbare fluiten zijn in C of in F gestemd. Dit betekend dat de laagste toon van de fluit een C of een F is.

Er zijn ook blokfluiten in andere stemmingen: De altblokfluit in G; werd in de renaissance vaak gebruikt in plaats van een sopraan blokfluit in het ensemble. En de tenorblokfluit in D werd door zijn warme klank en lage ligging gebruikt als solo instrument in de Barok.

De altblokfluit wordt het meest gebruikt voor solo repetoir en om samen te spelen met andere instrumenten, zoals viool en piano of clavecimbel of met contrabas en  akoestische gitaar.  De sopraan wordt gebruikt voor het klassikale onderwijs in de basisscholen en veel kinderen beginnen hierop. De blokfluitisten die in een blokfluitensemble spelen, kunnen vaak vier blokfluiten goed bespelen:

  • De sopraanblokfluit
  • De altblokfluit
  • De tenor blokfluit
  • De basblokfluit

Er zijn ook blokfluiten die kleiner of groter zijn dan de hierboven genoemde fluiten. Deze fluiten vereisen wel een grote handigheid op het instrument, want de afwijkende fluiten zijn lastig te bespelen. De kleinste is 25 cm en de grootste blokfluit is meer dan 3 meter lang. De laatste is gemaakt door Adriana Breukink


Ludwig Senfl by Farallon Recorder Quartet

2 reacties op De blokfluit

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *